Welke wijzigingen komen eraan in de Arbowet en wat betekenen deze voor jouw organisatie? Ontdek de belangrijkste veranderingen en hoe je hierop kunt voorbereiden.

Inhoudsopgave


De Arbowet blijft in beweging

Veilig en gezond werken staat al jaren hoog op de agenda, maar de aandacht verschuift steeds meer van beleid op papier naar aantoonbare uitvoering in de praktijk. In 2026 en 2027 krijgen werkgevers te maken met verschillende wijzigingen en wetsvoorstellen die meer nadruk leggen op medezeggenschap, sociale veiligheid en verantwoordelijkheid binnen de organisatie.

Voor werkgevers, HR-professionals en QHSSE-specialisten is het belangrijk om deze ontwikkelingen tijdig te volgen. Niet alleen om te voldoen aan wet- en regelgeving, maar ook om een veilige en gezonde werkomgeving te creëren waarin medewerkers actief worden betrokken.

In dit artikel zetten wij de belangrijkste ontwikkelingen op een rij.


Artikel 12 Arbowet: meer betrokkenheid van werknemers

Een belangrijke wijziging binnen de Arbowet betreft artikel 12. Met de invoering van de Verzamelwet SZW 2026 wordt de positie van werknemers binnen het arbobeleid verder versterkt.

De wet verduidelijkt dat werkgevers werknemers actief moeten raadplegen over onderwerpen die betrekking hebben op veiligheid en gezondheid op het werk. Daarbij krijgen werknemers nadrukkelijker de mogelijkheid om voorstellen te doen over arbeidsomstandigheden binnen de organisatie.

Dit betekent onder meer dat:

  • Werknemers voorstellen kunnen doen over arbeidsomstandigheden;
  • Werkgevers deze voorstellen serieus moeten behandelen;
  • Overleg over arbeidsomstandigheden aantoonbaar moet plaatsvinden;
  • Ook kleinere organisaties zonder ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging werknemers actief moeten betrekken bij het arbobeleid.

Voor werkgevers wordt het daardoor belangrijker om overlegmomenten vast te leggen en te kunnen aantonen dat medewerkers daadwerkelijk betrokken zijn geweest bij de totstandkoming en uitvoering van het arbobeleid.


Verplichte gedragscode tegen ongewenst gedrag

Sociale veiligheid krijgt steeds meer aandacht binnen organisaties. Om ongewenst gedrag op de werkvloer beter tegen te gaan, ligt er een wetsvoorstel dat werkgevers met tien of meer werknemers verplicht een schriftelijke gedragscode tegen ongewenst gedrag op te stellen.

Onder ongewenst gedrag vallen onder andere:

  • Pesten;
  • Discriminatie;
  • Agressie;
  • Intimidatie;
  • Seksuele intimidatie.

Deze verplichting vormt een aanvulling op de bestaande verplichtingen rondom psychosociale arbeidsbelasting (PSA) uit de Arbowet.

Wat moet een gedragscode bevatten?

De gedragscode moet in ieder geval duidelijk maken:

  • Welk gedrag binnen de organisatie als ongewenst wordt beschouwd;
  • Waar medewerkers terecht kunnen voor ondersteuning of het melden van incidenten;
  • Welke maatregelen kunnen worden genomen bij overtreding van de gedragscode;
  • Hoe meldingen worden behandeld.

Daarnaast moeten werkgevers medewerkers actief informeren over de inhoud van de gedragscode.

Let op

Op het moment van schrijven bevindt dit wetsvoorstel zich nog in het wetgevingsproces.


Meer aandacht voor de deskundigheid van de preventiemedewerker

Iedere werkgever is verplicht minimaal één preventiemedewerker aan te wijzen. Deze functionaris vervult een belangrijke rol bij het opstellen, uitvoeren en monitoren van het arbobeleid.

Hoewel de wettelijke verplichting niet nieuw is, neemt de aandacht voor de deskundigheid van preventiemedewerkers toe. Werkgevers moeten steeds beter kunnen onderbouwen dat de preventiemedewerker beschikt over voldoende kennis en ervaring om de risico’s binnen de organisatie adequaat te beheersen.

Welke deskundigheid nodig is, hangt onder andere af van:

  • De aard van de werkzaamheden;
  • De omvang van de organisatie;
  • De risico’s die uit de RI&E naar voren komen;
  • De complexiteit van de bedrijfsvoering.

Voor veel organisaties is dit een geschikt moment om te beoordelen of de huidige invulling van de preventiemedewerker nog aansluit bij de risico’s en ambities van de organisatie.


Extra verantwoordelijkheden voor uitleners en inleners

Voor organisaties die werken met uitzendkrachten, gedetacheerde medewerkers of andere vormen van inleenconstructies ontstaan aanvullende verantwoordelijkheden.

Binnen de ontwikkelingen rondom de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) wordt meer nadruk gelegd op de verantwoordelijkheid van uitlenende partijen voor veilige arbeidsomstandigheden.

Hierbij wordt onder meer gekeken naar:

  • Het verstrekken van informatie over arbeidsrisico’s;
  • Toezicht op veilige werkomstandigheden;
  • Verantwoordelijkheden bij ernstige arbeidsongevallen;
  • Samenwerking tussen uitleners en inleners.

De exacte uitwerking van deze verplichtingen kan nog wijzigen naarmate de wetgeving verder wordt uitgewerkt.


Wat betekent dit voor werkgevers?

De rode draad in deze ontwikkelingen is duidelijk: aantoonbaarheid.

De Nederlandse Arbeidsinspectie kijkt niet uitsluitend naar de aanwezigheid van beleid, maar steeds nadrukkelijker naar de vraag of beleid daadwerkelijk wordt uitgevoerd, nageleefd en gedragen binnen de organisatie.

Werkgevers doen er daarom verstandig aan om:

  • Het arbobeleid periodiek met medewerkers te bespreken;
  • Overlegmomenten en besluitvorming aantoonbaar vast te leggen;
  • PSA-beleid en bestaande gedragscodes te actualiseren;
  • Te beoordelen of de preventiemedewerker beschikt over voldoende deskundigheid voor de aanwezige risico’s;
  • Afspraken met uitzend- en detacheringspartners te herzien;
  • Sociale veiligheid structureel onderdeel te maken van de organisatiecultuur.

De rol van de QHSSE-professional wordt belangrijker

De ontwikkelingen binnen de Arbowet vragen om meer dan alleen kennis van wet- en regelgeving. Organisaties hebben behoefte aan professionals die veiligheidsbeleid kunnen vertalen naar werkbare processen en die in staat zijn medewerkers, management en directie actief bij veiligheid en gezondheid te betrekken.

Deze ontwikkeling vergroot het belang van QHSSE-professionals die wet- en regelgeving kunnen vertalen naar praktische maatregelen, draagvlak binnen de organisatie kunnen creëren en aantoonbare naleving kunnen borgen.

Juist die combinatie van inhoudelijke kennis en organisatorische vaardigheden wordt de komende jaren steeds belangrijker.


Conclusie

De ontwikkelingen binnen de Arbowet voor 2026 en 2027 laten zien dat de focus verschuift van beleid op papier naar aantoonbare betrokkenheid en uitvoering in de praktijk.

Werkgevers krijgen meer verantwoordelijkheden op het gebied van medezeggenschap, sociale veiligheid en deskundigheid binnen het arbobeleid. Organisaties die hier tijdig op anticiperen, beperken niet alleen het risico op handhaving, maar investeren tegelijkertijd in een veilige, gezonde en toekomstbestendige werkomgeving.


Op zoek naar een QHSSE-professional?

BURG QHSSE ondersteunt organisaties bij het vinden van ervaren professionals op het gebied van kwaliteit, veiligheid, gezondheid, milieu en compliance.

Ben je op zoek naar een QHSE Manager, HSE Specialist, Veiligheidskundige, Preventiemedewerker of Interim QHSSE Professional? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek over de mogelijkheden.


Bronnen

Voor het schrijven van deze blog is gebruikgemaakt van informatie van de Rijksoverheid, het Arboportaal, de SER en het Staatsblad. Wil je meer lezen over de genoemde ontwikkelingen? Bekijk dan onderstaande bronnen:

🍪 Wij gebruiken cookies om je de beste gebruikservaring te kunnen bieden.